Column: Vakantiebril

Hopelijk heeft u deze zomer een mooie vakantie gehad. Aan het weer heeft het niet kunnen liggen: dat was op de meeste bestemmingen zonovergoten. Een paar weken geen dagelijkse beslommeringen en weg van huis. Velen van u hebben geen gehoor gegeven aan de oude slogan “Lekker weg in eigen land” en zijn zelfs verder weg van huis gegaan. Volgens de statistieken zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië onze populairste vakantiebestemmingen, maar ook de VS en het steeds verder weg liggende VK staan in de top 10.

Zelf heb ik tien jaar in het buitenland gewoond en ook daar heb ik vele Nederlandse toeristen thuis ontvangen: goede vrienden, lieve familie, maar ook vrienden van vrienden van vrienden, op zoek naar een goedkope plek om te slapen in ruil voor twee pakken hagelslag en pond jong belegen. We blijven per slot van rekening wel Hollanders, dus berekenend.

Nu zijn Nederlandse toeristen in het buitenland meestal eenvoudig te herkennen: lang van lijf, doorgaans goedgemutst en met een luid uitgesproken mening vallen we al snel op. We vínden van alles wat we zien en meemaken wat en dat vergelijken we dan luidkeels met thuis. Wat is beter, maar vooral: wat is slechter. Het is me in die 10 jaar opgevallen dat het hier echt een scheiding der geesten betreft.

In mijn ervaring focust driekwart van de Nederlanders op wat er in het buitenland niet deugt en thuis toch echt beter is georganiseerd: van de kleur van de strepen op de weg (geel?!) en de verkeersborden (bruin?!), tot de hoogte van de fooien (15%?!) en de stoepen (je breekt hier je nek!!). Al snel bekroop me de gedachte waarom de desbetreffende bezoeker dan niet gewoon een camping op Vlieland of een huisje in Limburg had opgezocht. En tel je zegeningen: wees blij dat je in een land woont waar alles zo goed is geregeld.

Het leukste ‘by far’ zijn de toeristen die met een open blik en een onbevooroordeeld perspectief de wereld inkijken. De mensen die elke avond weer bij mij aan tafel schoven met wat ze hadden gezien en wat we toch eigenlijk ook in Nederland zouden moeten hebben. Een stadsbus met een fietsenrek achterop (handig!) , een taxi vanaf de luchthaven met vaste tarieven naar de stad (veilig!), supermarkten waar je boodschappen naar je auto worden gebracht (service!) of een statiegeldsysteem voor afval op het strand (netjes!). En de leukste toeristen waren degenen die het gelijk koppelden aan actie: “als ik terug ben ga ik kijken of dat in Nederland ook kan”.

Het succes van Flevoland is niet onopgemerkt gebleven. Jaarlijks komen diverse buitenlandse delegaties op bezoek, onlangs nog uit China, om te leren van onze kennis en aanpak. Maar we hebben ook veel van het buitenland te leren. Niet alles in de polder is zaligmakend en achter de dijken en onder de horizon gebeuren mooie dingen.

Dat geldt zeker voor ondernemers, die op vakantie of op zakenreis altijd kijken of ze ideeën kunnen opdoen voor hun eigen bedrijf. Dit leidt soms tot mooie innovaties en nieuwe verdienmodellen. Vandaar mijn vraag: wat heeft u deze zomer gezien waarvan u dacht: dat zouden we in Flevoland óók moeten hebben. En nu ik u hierover aan het denken heb gezet, wat gaat u hier mee doen?

Marco Smit
Directeur Horizon

Terug