Het was de afgelopen weken eindexamentijd. Dat heb ik geweten, met twee dochters die zichzelf en de rest van het gezin bij vlagen tot wanhoop dreven. Laat ik het er maar bij laten dat Netflix en Snapchat meer invloed hebben dan de steeds wanhopiger smeekbedes van beide ouders.

Naast alle stress is de examentijd ook een hoopvolle periode, omdat het een belangrijke stap is op weg naar de toekomst. Je zou hetzelfde kunnen zeggen over onze economie en ons mkb. Elk jaar doen de bedrijven weer examen en de resultaten staan in een eindrapport, zoals de Flevoland Monitor van de Economic Board Flevoland.

Ik ga die conclusies hier niet herhalen, die kunt u online prima nalezen. Waar ik me zorgen over maak is het vooruitzicht voor onze economie, naast de toekomst van mijn pubers natuurlijk. Want net als bij beide slimme meiden wil ik dat het Flevolandse mkb goed is voorbereid op de toekomst. Als onze economie nu examen zou moeten doen, dan is het rapportcijfer vrees ik een ‘onvoldoende’.

Flevoland heeft een mkb-economie met ruim 80% van alle banen in de dienstensector. Een belangrijk deel van die economie is niet ‘stuwend’, met andere woorden: dat zijn diensten die worden geleverd binnen de provincie. Dat is rondpompen van geld, daarmee verdienen we geen extra geld waarmee we nieuwe investeringen kunnen doen.

De gemiddelde arbeidsproductiviteit in Flevoland ligt structureel lager dan in Nederland en zij ligt in Nederland al te laag ten opzichte van Europa. Dat is een probleem, want dit betekent dat we per gewerkt uur te weinig waarde toevoegen en dus te weinig geld verdienen.

De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (R&D) in Flevoland liggen substantieel onder het landelijk gemiddelde. Dat is een belangrijke indicator voor de mate waarin onze bedrijven zich voorbereiden op hun toekomst. Het toverwoord daarbij is innovatie. Het toekomstig verdienvermogen van de regio hangt hier van af.

Tenslotte noem ik de grote maatschappelijke transities. De economie van Flevoland moet straks meekunnen in een economie gericht op verduurzaming en digitalisering. Dat is geen keuze, maar een feit. Als we die boot missen, verdienen we ook hier in de toekomst geen geld mee. Sterker nog: dan kost het ons geld, omdat we afhankelijk zijn van bedrijven en regio’s die daar nu wel vol op in zetten.

Overheidsinvesteringen zijn nodig om een duurzame welvaart, het concurrentievermogen van het mkb en de veerkracht van de economie op de lange termijn veilig te stellen. Dat stelde de EU onlangs in een pakket adviezen aan de lidstaten. Regio’s en landen moeten ondanks de onzekerheden door de oorlog in Oekraïne, inflatie en energieprijzen blijven investeren in vergroening en digitalisering van de economie.

Of we het nou willen of niet, we zijn onderdeel van een wereldeconomie en die dendert in grote vaart door richting een duurzame en digitale toekomst. Dáár ontstaan de banen van morgen en overmorgen. Het enige dat we kunnen doen is onszelf zo goed mogelijk voor te bereiden op dat vooruitzicht. Dat geldt voor pubers net zo hard als voor ons mkb.

Terug