Column: Marco Smit blikt terug op 2019

December is een bijzondere maand. Het is de traditionele witte kerstmaand, hoewel ik me niet meer kan herinneren wanneer we de laatste keer echt sneeuw hebben gehad. Ook dit jaar lijkt het weer af te stevenen op natte prut.

De naam december komt overigens van het Latijnse woord voor 'tien', decem. December was oorspronkelijk namelijk de tiende maand van het jaar, omdat het Romeinse kalenderjaar op 1 maart begon. Naar Mars, de god van de oorlog. Volgens onze kerstgedachte een weinig vreedzame manier om het jaar te beginnen, maar goed, het waren andere tijden zullen we maar zeggen.

De Romeinen hadden een zonnecultus met het feest Sol Invictus (“de overwinning van de zon”), dat werd gevierd rond de kortste dag van het jaar, op 21 december. Wij vieren nog steeds de officiële Romeinse rustdag (Dies Solis), de Zon Dag, op zondag, maar dat terzijde.

Het bestaande feest Sol Invictus werd na Keizer Constantijn, die in de vierde eeuw het Christendom verkoos boven de Romeinse goden, ‘geplakt’ op het nieuwe Christelijke kerstfeest. Dat is ook de vermoedelijke reden dat we kerst in de Gregoriaanse kalender op 25 december vieren.

Wij complementeren dit Romeins-Christelijke feest vervolgens met een Oud Germaanse heidense midwinterviering waarbij de boom centraal stond. Als de boom in de winter te oud was, werd deze verbrand voor warmte. Dit gebruik uit de Elzas waaide halverwege de 19e eeuw over naar Nederland. En zo zijn we aan de ‘traditionele’ kerstboom gekomen.

De maand januari is vernoemd naar de Romeinse god Janus. In de Romeinse mythologie was Janus de god van het begin en het einde. Hij wordt afgebeeld met twee gezichten, die ieder een andere kant opkijken, één naar het verleden en één naar de toekomst.

Het lijkt wat kort door de bocht, maar daar moest ik aan denken toen ik vorige week stond te tanken langs de snelweg. Het duurde even voordat de auto geen dorst meer had. Dat gaf mij de tijd om naar de voorbij racende auto’s te kijken, die zonder uitzondering wanhopig gebruik leken te maken van de nu nog toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur.

Want als je stilstaat en naar auto’s op de snelweg kijkt, dan lijken ze levensgevaarlijk hard te gaan en dat gaan ze ook. Maar als je in de auto met twee vingers aan het stuur zit, muziekje erbij, kopje koffie misschien, dan ervaar je die snelheid en de kwetsbaarheid helemaal niet. In tegendeel, het kan je vaak niet rap genoeg gaan, op weg naar huis en een bord warm eten.

En zo is 2019 ook voorbijgegaan. Als een auto op de snelweg. En pas als je stilstaat, écht stilstaat en terugkijkt, dan zie je de gekte en de kwetsbaarheid. Misschien ben je wel ergens uit de bocht gevlogen en ben je daarna weer achter het spreekwoordelijke stuur gekropen, zonder er al te veel bij stil te staan. En je weet nu al dat 2020 vast weer zo’n jaar wordt. Rennen, vliegen, springen en weer doorgaan.

Ik wil in 2020 wat vaker ‘tanken’ en stilstaan. Stilstaan bij alle mooie dingen die ik in 2019 heb meegemaakt en volgend jaar hopelijk weer ga meemaken. En vaak zijn dat de kleine dingen. De Romeinse senator en redenaar Cicero noemde dankbaarheid de moeder van alle deugden. En dat lijkt me een mooie Sol Invictus gedachte. Fijne feestdagen en tot Janus!

Terug